Hoofdstuk 10

De omstandigheden en verschillen van de verdienste
en deugd van geven

 

Op dat moment gebaseerd op de overweldigende spirituele kracht van de Boeddha rees Kṣitigarbha Bodhisattva Mahāsattva van zijn zetel, knielde op één knie, plaatste zijn palmen tegen elkaar en zei tot de Boeddha, “Bhagavān, ik heb wezens geobserveerd binnen de paden van karma en heb hun daden van geven vergeleken. Enkele doen een beetje en enkele doen veel. Enkele ontvangen zegeningen voor één leven, enkele voor tien levens en enkele ontvangen grootte zegeningen en voordelen voor honderdduizenden levens. Waarom is dat? Alstublieft, Bhagavān, verklaar dat voor ons.”

Op dat moment vertelde de Boeddha aan Kṣitigarbha Bodhisattva, “Hier in deze assemblee in het paleis van de Trāyastriṃśa Hemel zal ik nu de verschillen tussen de verdienste en deugd bespreken die voortkomen van de daden van geven die gedaan worden door de wezens van Jambudvīpa. Luister aandachtig naar wat ik zeg.”

Kṣitigarbha zei tot de Boeddha, “Ik heb mezelf over deze kwestie afgevraagd en zal verheugd zijn om te luisteren.”

De Boeddha vertelde aan Kṣitigarbha Bodhisattva, “In Jambudvīpa, kunnen staatsleiders, premiers, hoge ambtenaren, grote ouderlingen, grote Kṣatriya’s, grote Brahmaans en anderen diegene tegenkomen die arm, gebocheld, kreupel, dom, stom, doof, achterlijk, blind of die op andere wijze gehandicapt zijn. Deze leiders en goede mensen kunnen wensen om aan deze onfortuinlijke individuen te geven en kunnen in staat zijn om dat te doen met grote mededogen, een nederig hart en een glimlach. Zij kunnen regelen om gul te geven, zowel persoonlijk met hun eigen handen als door te regelen dat anderen het doen, door gebruik te maken van tedere woorden en sympathieke toespraken. De zegeningen en voordelen die deze leiders en goede mensen zullen ontvangen zijn te vergelijken met de verdienstelijke deugd die voortkomen door te geven aan zoveel Boeddha’s als er zandkorrels in honderd Ganges Rivieren zitten. Waarom is dit? Deze leiders en goede mensen zullen zulke beloningen van zegeningen en voordelen ontvangen voor het vertonen van een groot meedogende hart voor de meest armoedige en gehandicapte personen. Gedurende de komende honderdduizenden levens zullen ze altijd een overvloed van de zeven edelstenen hebben, om nog maar niet te spreken over kleding, voedsel en de levensbehoeften.

“Verder, Kṣitigarbha, in de toekomst kunnen staatsleiders, Brahmaans en anderen Boeddhistische Stoepa’s, Kloosters of afbeeldingen van Boeddha’s, Bodhisattva’s, Śravaka’s of Pratyekaboeddha’s tegenkomen en persoonlijk offeringen tot hen maken door cadeaus te geven. Als ze dat doen zal elk van deze leiders en goede mensen als Heer Śakra dienen voor een periode van drie eeuwigheden, waarbij ze superieure wonderbaarlijke gelukzaligheid zullen genieten. Als ze in staat zijn om de zegeningen en voordelen van dat geven over te dragen door het toe te wijzen aan het Dharmarijk dan zullen deze staatsleiders en goede mensen als grote Brahma Hemelkoningen regeren voor tien eeuwigheden.

“Verder, Kṣitigarbha, in de toekomst, kunnen staatsleiders, Brahmaans en anderen wanneer ze oude Boeddhistische Stoepa’s en Kloosters of Soetra’s en afbeeldingen tegenkomen die beschadigd, verouderd of gebroken zijn besluiten om ze te repareren. Deze leiders en goede mensen kunnen het dan zelf uitvoeren of anderen aansporen om het te doen, zoveel als honderdduizenden mensen om te helpen en daarbij zullen ze verwantschappen creëren. Deze leiders en goede mensen zullen Wiel-Draaiende Koningen worden voor honderdduizenden opeenvolgende levens en diegene die met hen offeringen hebben gemaakt zullen leiders zijn van kleine landen voor hetzelfde aantal levens. Als ze besluiten om deze verdienste over te dragen voor de Stoepa’s en Kloosters dan gebaseerd op deze grenzeloze en gigantische beloning, zullen deze leiders, goede mensen en diegene die hen hebben geholpen uiteindelijk allemaal het pad naar Boeddhaschap volbrengen.

“Verder, Kṣitigarbha, in de toekomst, kunnen staatsleiders, Brahmaans en anderen meedogende gedachten hebben wanneer ze ouderen, zieken of zwangere vrouwen zien, en kunnen hen voorzien van medische kruiden, voedsel, dranken en beddengoed om zo ervoor te zorgen dat ze vredig en comfortabel zijn. De zegeningen en voordelen die voortkomen door deze daden te doen zijn zeer onvoorstelbaar. Voor duizend eeuwigheden zullen ze altijd heren van de Zuivere Onderkomen Hemelen zijn. Voor tweehonderd eeuwigheden zullen ze heren in de Zes Verlangen Hemelen zijn en ze zullen uiteindelijk Boeddhaschap bereiken. Ze zullen nooit in de slechte paden vallen en voor honderdduizenden levens zullen ze geen geluiden van lijden horen.

“Verder, Kṣitigarbha, als in de toekomst, staatsleiders, Brahmaans en anderen op deze wijze kunnen geven zullen ze oneindige zegeningen ontvangen. Als ze daarnaast in staat zijn om deze verdienste over te dragen, zowel als het groot of klein is, zullen ze uiteindelijk Boeddhaschap bereiken. Hoeveel makkelijker zullen ze wel niet in staat zijn om de beloning te verkrijgen van het worden van Śakra, Brahma of een Wiel-Draaiende Koning. Kṣitigarbha hierom moet je wezens overal aansporen om op deze manieren te leren geven.

“Verder, Kṣitigarbha, in de toekomst, als goede mannen of vrouwen slagen om slechts een paar goede wortels binnenin de Boeddhadharma te planten, gelijkwaardig aan en niet groter dan een haar, een zandkorrel of een stofkorrel zullen ze onvoorstelbare zegeningen en voordelen ontvangen.

“Verder, Kṣitigarbha, in de toekomst, kunnen goede mannen of vrouwen wanneer ze afbeeldingen van Boeddha’s, Bodhisattva’s, Pratyekaboeddha’s of Wiel-Draaiende Koningen tegenkomen cadeaus geven of offeringen tot hen maken. Deze individuen zullen grenzeloze zegeningen verkrijgen en zullen altijd superieure wonderbaarlijke gelukzaligheid genieten onder mensen en goden. Als ze deze verdienste kunnen toewijzen tot het Dharmarijk zullen hun zegeningen en voordelen onvoorstelbaar zijn.

“Verder, Kṣitigarbha, in de toekomst, kunnen goede mannen of vrouwen wanneer ze Grote Voertuig Soetra’s tegenkomen of bij slechts het horen van één gatha of zin van hen geïnspireerd raken om ze te loven, vereren, cadeaus te geven en offeringen tot hen te maken. Deze mensen zullen grote grenzeloze en oneindige beloningen ontvangen. Als ze deze verdienste kunnen toewijzen tot het Dharmarijk zullen hun zegeningen onvoorstelbaar zijn.

“Verder, Kṣitigarbha, in de toekomst, kunnen goede mannen of vrouwen wanneer ze nieuwe Boeddhistische Stoepa’s, Kloosters of Soetra’s van het Grote Voertuig tegenkomen cadeaus geven en offeringen tot hen maken, naar ze staren in verering, en respectvol lof uitspreken met samengevoegde palmen. Wanneer ze oude Stoepa’s, Kloosters of Soetra’s, of diegene die vernietigd of beschadigd zijn tegenkomen kunnen ze ofwel de herstelwerkzaamheden of heropbouwwerkzaamheden zelf uitvoeren of anderen aansporen om hen te helpen. Diegene die helpen zullen leiders van kleine landen worden voor dertig opeenvolgende levens. De donoren zullen zelf altijd Wiel-Draaiende Koningen zijn die goede Dharma zullen gebruiken om deze leiders van kleine landen te onderwijzen en te transformeren.

“Verder, Kṣitigarbha, in de toekomst, kunnen goede mannen of vrouwen goede wortels in de Boeddhadharma planten door te geven, offeringen te maken, Stoepa’s of Kloosters te repareren, Soetra’s her in te binden of door andere goede daden te doen die niet meer bedragen dan een haar, een stofkorrel, een zandkorrel of een waterdruppel. Enkel door de verdienste van zulke daden over te dragen tot het Dharmarijk zullen de verdienste en deugd die deze mensen zullen creëren teweegbrengen dat ze superieure en wonderbaarlijke gelukzaligheid zullen genieten gedurende honderdduizenden levens. Maar als ze slechts de verdienste tot hun onmiddellijke of verre familieleden of tot hun eigen persoonlijk voordeel toewijzen dan zullen de beloningen die worden ontvangen enkel drie levens van geluk brengen. Door één op te geven wordt een tienduizendvoudige beloning verkregen. Zo is het, Kṣitigarbha. De omstandigheden die betrokken zijn bij de oorzaken en gevolgen van geven zijn zo.”

 

Volgende Hoofdstuk

Terug