Boeddhisme

Het levensverhaal van de Boeddha: Under the Bodhi Tree




Onvoorwaardelijk Liefhebbende vriendelijkheid en Mededogen

Op dat moment, beschouwde de Tathagata met behulp van zijn onbelemmerde zuivere 'oog van wijsheid', alle levende wezens overal in het Dharmarijk en zei het volgende,

"Wonderbaarlijk! Echt wonderbaarlijk! Hoe het is dat allen van deze levende wezens de wijsheid van de Tathagata bezitten. Echter ze zijn ontwetend en verward, en zijn zich er niet van bewust en kunnen het evenmin zien. Ik moet ze het Heilige Pad onderwijzen, om er zo ervoor te zorgen dat ze voor altijd van hun valse gedachten en gehechtheden gescheiden worden, zodat ze de oneindige wijsheid van de Tathagata binnenin zichzelf zullen zien, die niet verschilt van de Boeddha."

Op dat moment, onderwees hij deze levende wezens om het Heilige Pad te cultiveren, en zorgde er zo voor dat ze gescheiden werden van hun valse gedachten. Nadat ze gescheiden waren van hun valse gedachten verwezenlijkten ze de onmeetbare wijsheid van de Tathagata. Daarbij bevoordeelde en bracht hij vrede en geluk naar alle levende wezens.

(Deze woorden zijn gesproken door de Boeddha na zijn Complete Verlichting zoals vastgelegd in de The Manifestations of the Thus Come One, Chapter 2, Flower Adornment Sutra)